01.01.2005
Auteurs | Franke, S. & Verhagen, E.
Jaar | 2005
Uitgever | NAi Uitgevers
Plaats | Rotterdam
Onderwerp | creatieve economie, creatieve industrie, creatieve steden
In 17 bijdragen van verschillende auteurs geeft de state of the art in het debat over steden in de creatieve economie. Wat de bijdrage van alle auteurs bindt is de overtuiging dat creativiteit aan het begin van de 21 eeuw de belangrijkste motor voor economische groei is geworden. Rond die gedachte zijn in de afgelopen jaren allerlei nieuwe begrippen ontstaan: creatieve stad, creatieve industrie, creatieve klasse, etcetera. Al die begrippen passeren in het boek de revue. De auteurs belichten de achtergrond van de discussie, en gaan in op de gevolgen voor de (ruimtelijke) ontwikkeling van steden. Het boek opent met hoofdstukken van twee internationale autoriteiten in het debat over creativiteit en de stad: de Amerikaanse professor Richard Florida en de Britse uitvinder van de creatieve stad, Charles Landry. De overige bijdragen zijn vooral van Nederlandse experts afkomstig: Marco Bontje, Jan Brouwer, Pie de Bruijn, Roy van Dalm, Simon Franke, Anne Hemker, Petra Kalden, Robert Kloosterman, Olof Koekebakker, Dick Koopman, Sako Musterd, Lenneke Overmaat, Jeroen Saris, Joeri van den Steenhoven, Marcel Stolk, Paul Rutten, Domeniek Ruyters, John Thackara en Evert Verhagen.
Creatief is ongetwijfeld het woord dat het meeste voorkomt in Creativiteit en de stad. Waarschijnlijk gevolgd door economie, cultuur en stad. Wie de inhoudsopgave van het boek bekijkt, ziet direct de enorme breedte van de discussies over creativiteit, cultuur, economie en stedelijke ontwikkeling. Het gaat over de creatieve klasse, over creatieve kenniswerkers, over gebouwen voor nieuwe ideeën, over creativiteit tussen burger en bestuur, over creatief kapitaal, over nachtleven, over innovatie en over de post-spektakelstad. Er lijkt geen aspect van stedelijke ontwikkeling te bestaan dat niet op de een of andere manier met creativiteit in verband wordt gebracht.
Simon Franke en Evert Verhagen zijn er goed in geslaagd om de bonte verzameling aan perspectieven op, en meningen over de creatieve stad in één bundel samen te brengen. Dat maakt het boek interessant voor iedereen voor wie de creatieve stad een nieuw terrein is. Richard Florida geeft in zijn bijdrage - die eigenlijk een woordelijke weergave is van zijn lezing in de Amsterdamse Westergasfabriek in 2003 - een samenvatting van zijn eerste boek, The rise of the creative class. Het hoofdstuk van Charles Landry beschrijft het oorspronkelijke Britse idee over creatieve steden. De lezer proeft een lichte teleurstelling bij Landry dat die invulling van het concept is ondergesneeuwd door de recente 'hype'. De andere hoofdstukken in het boek geven zicht op de Nederlandse bijdragen aan het denken over creatieve steden. Het boek is een Engelse vertaling waard - deze verschijnt in december 2005 - want het Nederlandse aandeel in het denken over creatieve steden is aanzienlijk.
Wie al wat meer vertrouwd is met het thema van de creatieve stad, verwacht van het boek wat meer dan alleen een overzicht op de breedte van de discussies. Het boek staat zeker leuk op de boekenplank. Maar brengt het de discussies ook een stapje verder? Er passeren zo veel verschillende benaderingen de revue dat de lezer vroeg of laat verdwaald raakt in het woud aan begrippen, meningen, onderzoeksresultaten en actiepunten. Wat het boek mist is een eigen mening en richting. Dat komt doordat er geen duidelijk einde of heldere conclusie is opgenomen. Het laatste hoofdstuk, van Olof Koekebakker, bouwt weliswaar voort op een aantal van de andere hoofdstukken en is zeker de moeite van het lezen waard, maar vormt geen echte afsluiting van het boek. Het is bovendien toegespitst op beleid van gemeenten, terwijl de meeste andere hoofdstukken helemaal niet specifiek voor gemeentebestuurders zijn geschreven. Voor het gevoel is het boek net niet af. Creativiteit en de stad geeft een uitstekend overzicht van de state of the art, maar laat een kans liggen om richting te geven aan de verdere ontwikkeling van het debat over de creatieve stad.
Leesbaarheid | ++++
Theoretisch belang | ++++
Praktische bruikbaarheid | +++




































